
The chair of interiors provides design courses to the MInor and Bachelor 6 program of Architecture. These modules are based around the design (by research) of a contemporary small-scale design and/or research assignment, in which the emphasis is placed on the integration of tectonic and architectural aspects.
On the basis of a manageable and familiar brief such as a birth hotel, education centre, holiday home or beach cottage, the constructional research is translated into a personal design in which the emphasis is placed on designing a characteristic space and its sensory perception.
--
SPRING 2012
KOOKFABRIEK 2.0
Een alternatieve kookschoolals sociale katalysator
‘De Kookfabriek’ is een bedrijf dat in 2000 is opgezet door de ondernemers Jan-Maarten Kruyt, Marc Klok en Ronald ten Berg. Het concept baseert zich op het idee dat koken een onderhoudende bezigheid en een sociale gebeurtenis is met een educatieve insteek.
In de praktijk bestaat de Kookfabriek uit een aantal kookwerkplaatsen en bijbehorende restauranttafels. Onder professionele begeleiding wordt er in een groep een menu gekookt, dat aansluitend gemeenschappelijk word gegeten.
Opgave
Gedurende het BSc6 project ontwerpen wij een nieuwe vestiging voor de Kookfabriek in de Vierhaven te Rotterdam; dit is een realistisch plan dat op dit moment wordt onderzocht. Voor de nieuwe locatie in een bestaand pand aan de Keilestraat wordt een experimentele versie van de Kookfabriek-formule opgezet, die inspeelt op de zich transformerende context van de Vierhaven en actuele tendensen met betrekking tot voedsel in Rotterdam.
Wij gaan daarbij een ruimtelijk en functionele relatie aan met de Voedselbank en de Voedseltuin die aan weerszijden van de kavel gelegen zijn. De Voedselbank is een vrijwilligersorganisatie die voedsel dat niet gebruikt wordt verspreidt onder mensen die beneden de armoedegrens leven. De Voedseltuin is een recent initiatief dat naast voedsel vanuit andere bronnen ook en eigen productie zal waarborgen. De Kookfabriek 2.0 zal bij voorbeeld een goedkope dagmaaltijd aanbieden voor mensen die zich eigenlijk niet kunnen veroorloven om uit te gaan eten.
Naast het eten te beschouwen als noodzaak, zoals het bij de Voedselbank voorop staat, zal ook het aspect van gezondheid nog sterker onder de aandacht komen te staan. In coöperatie met bijvoorbeeld ziekenfondsen zullen cursussen worden gegeven waarin mensen met een gezondheidsprobleem leren anders te koken en te eten. Hierbij valt te denken aan hartpatiënten, mensen met diabetes en zwaarlijvige mensen. Uiteindelijk zal ook een verbinding ontstaan naar de talloze initiatieven op het gebied van duurzaam geproduceerd voedsel, stadslandbouw en stadstuinen, die in de afgelopen jaren niet enkel in Rotterdam zijn opgedoken.
Met al deze facetten zal de Kookfabriek 2.0 bemiddelen tussen de diverse belangengroepen in de Vierhaven en als economische, sociale en culturele katalysator voor de ontwikkeling van het gebied dienen.
De uitdaging binnen dit ontwerp is om de twee uiteenlopende uitgangspunten – de commerciële én de caritatieve activiteiten – binnen de nieuwe Kookfabriek 2.0 te organiseren en te promoten.
Programma
De kookschool en het bijbehorende restaurant vormen de kern van het ruimtelijk programma. Hiervoor wordt uitgegaan van de opzet die ook de huidige vestigingen van de Kookfabriek kenmerken. Wel zijn in het gebouw een aantal andere functies opgenomen die het concept van de Kookfabriek 2.0 sterk kunnen vormen: een openbaar lunchcafé met terras, een kas, een winkel en een gastenverblijf.
Op het niveau van het programma ligt de opgave in het vastleggen van de juiste ruimtelijke organisatie voor het alternatieve Kookfabriek-idee; de plaatsing van de verschillende onderdelen ten opzichte van elkaar en de omgeving, het combineren van verschillende activiteiten, de grenzen en overgangen tussen de verschillende zones en de ontsluiting van het gebouw. Op het niveau van de ruimte zijn wij op zoek naar een heldere architectuur met goed doordachte details en een sfeervolle materialisatie; een gebouw dat vlekkeloos functioneert maar ook een plek is waar alle verschillende gebruikers graag komen en gestimuleerd worden om elkaar te ontmoeten op basis van het thema ‘eten’.
Coördinatoren: Susanne Pietsch, Leontine de Wit; Docenten: Rufus van den Ban, David de Bruijn, Suzana Milinovic, Susanne Pietsch, Hanneke Veldhuis, Leontine de Wit; Visiting critics: Ronald ten Berg, Tony Fretton, Pim Peters (IMD b.v.)
--
SPRING 2012
EUROPEES CULTUUR INSTITUUT
In samenwerking met het Goethe Instituut Rotterdam
De nationale cultuurinstituten zoals het Goethe Institut, de Alliance Francaise of het Istituto Italiano di Cultura, zijn instellingen van deze landen die dienen ter bevordering van de culturele en economische uitwisseling van landen onderling. De oorspronkelijke taak lag in de ondersteuning van talenonderwijs, maar na Tweede Wereldoorlog is deze uitgegroeid tot een breed aanbod aan culturele activiteiten, zoals tentoonstellingen, lezingen, concerten, het aanbod van een bibliotheek en mediatheek. Sinds de opening van de Europese grenzen zijn de nationale cultuurinstituten deel geworden van een grotere gemeenschap die zij samen vertegenwoordigen. Er ontstaan daardoor enerzijds nieuwe onderlinge verhoudingen en anderzijds resulteert het in nieuwe thema’s die de programma’s van de instituten vormgeven. Binnen deze opgave zal een Europees Cultuurinstituut worden ontworpen. Dit kan een gebouw zijn dat als platform dient voor de samenwerking tussen verschillende cultuurinstituten maar ook een compleet nieuw concept dat zich richt op de Europese identiteit. Het programma relateert zich aan de basisactiviteiten van de nationale instituten maar kan gevormd worden door de interpretatie van de opgave door de ontwerper.
Opgave
De locatie van het instituut is in de Binckhorst in den Haag. Dit voormalige industrieterrein wordt in de komende jaren getransformeerd tot stadswijk met een intensief programma aan woon-, werk- en recreatiefuncties. Tijdens de ontwikkeling van het gebied kan het Europese Cultuurinstituut de rol van een culturele broedplaats innemen. Hier kunnen evenementen met groter experimenteel karakter plaatsvinden dan in de binnenstedelijke cultuurcentra. Tegelijkertijd is het belangrijk dat een plek ontstaat waarin de kwaliteit van de alledaagse taken gewaarborgd kan worden die een cultureel instituut dient te verschaffen. Men moet hier geconcentreerd kunnen werken, leren en informatie vergaren. Gasten moeten adequaat kunnen worden ontvangen, exposities en lezingen goed bereikbaar zijn en soepel kunnen verlopen. Op verschillende tijden van de dag wordt het gebouw gebruikt door verschillende gebruikersgroepen. Er zijn ruimten die openbaar zijn en voorbijgangers aantrekken en andere die alleen met autorisatie toegankelijk zijn. Een aantal functies hebben precies gedefinieerde eisen, andere moeten flexibel zijn.
Maar het gebouw vervult ook de rol van een culturele ambassade en moet een waarde manifesteren die niet alleen te meten is met economische maatstaven. Het representeert een gemeenschap van landen. Het gaat daarbij minder om een machtvertoon of een folkloristisch beeld dan om een sfeer waarin de ontmoeting met de nieuwsgierigheid naar een cultuur gestimuleerd wordt.
Coördinatoren: Susanne Pietsch, Leontine de Wit; Docenten: Tom Bergevoet, Floris Cornelisse, Suzana Milinovic, Susanne Pietsch, Leontine de Wit; Visiting critics: Pim Peters, Tony Fretton; Debatavond Goethe Instituut Rotterdam: Daria Bouwman (Oostenrijkse Ambassade), Petra Prinsova (Tsjechisch Centrum), Barbara Honrath (Goethe Institut), Christoph Grafe (TU Delft, Vlaams Architectuur Instituut).
--
LET OP: WORDT NIET AANGEBODEN IN SPRING 2012
CARE HOTEL
Hotel voor een bijzondere doelgroep
Door de nieuwe ziektewet is de discussie over de zorgomgeving in Nederland veranderd. Zo wordt er een scheiding aangebracht tussen acute gevallen en de alledaagse zorg voor eigen gezondheid. Extras buiten de basisverzekering zijn voor de gezonde mens een individuele keuze. De ‘patiënt als klant’ is het beeld dat hierbij voor ogen staat en voorziet een mondige en zelfstandige rol voor de patiënt zelf, maar biedt ook kansen voor private aanbieders in de sector. In de terminologie van de zorg doen daarom ook begrippen als het ‘zorghotel’ of de ‘zorgboulevard’ hun intrede. Daarbij speelt niet alleen de organisatorische kwestie die zich met deze ideeën verbindt een rol, maar is ook gebleken dat de uitstraling en vormgeving van de zorgomgeving van doorslaggevende invloed zijn op het welzijn van de patiënt.
Kraamhotels
Een bevalling wordt in Nederland gewoonlijk gezien als een natuurlijk proces en in eerste instantie niet als medisch geval. Meer dan in andere landen speelt de verloskundige een hoofdrol bij het plannen en begeleiden van de geboorte. Hij of zij bepaalt samen met de zwangere vrouw de omstandigheden van de bevalling. Meestal – en dat is wederom in vele andere landen geen vanzelfsprekendheid – vindt de bevalling in de huiselijke omgeving plaats.
Tot 1990 bestonden er in Nederland kraamklinieken voor vrouwen die niet thuis konden of wilden bevallen. Dat was destijds alleen nog bij uitzondering het geval. Met de opkomst van de poliklinieken was er daarnaast ook de mogelijkheid van een klinische bevalling ontstaan.
Toch is er nog steeds behoefte aan de functie die de kraamkliniek voorheen vervulde. Er zijn uitzonderlijke situaties waarbij de bevalling of kraamtijd niet thuis kan plaatsvinden. Dit kan het geval zijn wegens organisatorische, sociale of hygiënische redenen, maar ook vanuit de vraag om rust en veiligheid. Om aan deze wens tegemoet te komen is 15 jaar geleden door de organisatie ‘Kraamzorg Rotterdam & omstreken’ het initiatief genomen om een kraamhotel op te richten.
Het verblijf in het hotel wordt gefinancierd met de vergoeding die de verzekeringsmaatschappijen voor de kraamperiode betalen. Het gaat om ongeveer een week waarin de moeder herstelt van de bevalling, maar ook leert het kind te verzorgen. Bij een thuisbevalling komen de kraamverzorgsters een aantal uur per dag naar het huis van de jonge moeder. In het kraamzorghotel zijn zij 24 uur per dag aanwezig. In principe komen de vrouwen alleen, maar soms verblijven de partner of kinderen ook in het hotel.
Ondertussen bestaan er al een aantal kraamhotels van verschillende organisaties. Sommige daarvan richten zich meer op de noodzaak van hun bestaan, anderen benadrukken het comfort dat een kraamzorghotel kan bieden. Met een eigen bijdrage kunnen klanten hun verblijf zo luxueus vormgeven als zij zelf willen.
Tijdens het ontwerpproject wordt naar een nieuwe insteek voor een kraamhotel gezocht. Wij zijn op zoek naar nieuwe prototypen voor deze bouwopgave in het spanningsveld tussen zorginrichting en hotel. De organisatie van de zorg vergt een zeer efficiënte opzet, geen verspilling van m2 en korte looplijnen voor het personeel. Tegelijkertijd huisvest het gebouw een gebeurtenis van de meest private en intieme soort die zich men kan voorstellen. Welke beslissing neem je als ontwerper om met deze paradox om te gaan? Gaat het hier om een kruising tussen twee gebouwtypen of hebben wij het te maken met een geheel nieuwe soort?
In samenwerking met Kraamzorg Rotterdam & omstreken. Coördinatoren: Susanne Pietsch, Leontine de Wit; Docenten: Moritz Bernoully, Saskia Hermanek, Marta Miguel, Susanne Pietsch, Leontine de Wit, Hanneke Veldhuis, Jop Voorn; Visiting critics: Anneke Diepenhorst (Kraamzorg Rotterdam), Birgitte Hanssen, Pim Peters (IMD b.v.), prof. Tony Fretton, Gerard Weel (Kraamzorg Rotterdam)